door Betty Koppelman
Woensdagmiddag 8 oktober
Na de lunch in het station rijden wij, met 12 mensen naar het meer van Genève, naar de plaats waar volgens onderzoek de taxi met onze helden het water in reed, blz. 20-21. Achter het hek, ja daar, kunnen we de plek zien waar Hergé het liet gebeuren.



Behalve dat wij het natuurlijk erg leuk vinden om hier de plaats voor ons te zien waar Kuifje en de knobbelzwaan resp. de chauffeur en Bobbie boven water halen, is het prachtig om hier bij het weidse meer te staan. We genieten er erg van, elk op onze eigen manier.



Zal ik…? __________ Ja… ? __________ Nee, toch maar niet.
Uiteindelijk komt Ton het dichtste bij het water, als hij aanbiedt mijn schoenen schoon te maken, nadat ik vol in de Zwitserse hondenpoep ben gaan staan.

Dit tot groot plezier van Wem en Frenk, eh.. hoe heten ze ook weer?

Geen beter vermaak dan leedvermaak.

Met veel dank aan Ton en Jessy!
Onze volgende stop is Nyon, waar we de overige vier weer treffen. Zij hebben zich intussen zo te zien ook goed vermaakt. Maar wat is er met de neus van Hanneke? Heeft zij hem gestoten?

Het ontvangstcomité in Nyon, maar wat heeft Jan Joost nou aan zijn pet hangen?

Nyon is een schilderachtige plaats; ik begrijp wel dat Hergé deze omgeving in zijn verhaal heeft opgenomen. We lopen langs het meer, net als Kuifje en de kapitein op blz. 28, waar een brandende sigaret uit een diplomatenauto gegooid wordt. Wij lopen dezelfde kant op, maar dan aan de overkant.

Eerder vandaag heeft Jan Joost bij het plaatselijke VVV het standaardje met folders voor ons leeggehaald en hij reikt ze nu aan ons uit.

Bij de fontein waar Kuifje en Haddock op blz. 29 zo achteloos aan voorbij liepen, houden wij uitgebreid halt voor een fotosessie.






Ook de rest van Nyon is zeker de moeite waard. We klimmen naar boven en genieten van het uitzicht.


Ook vinden enkelen van ons een winkeltje dat “Le Lotus Bleu” heet en waar zij geïnteresseerd rondsnuffelen.


Op ons lijstje staat natuurlijk ook het huis van prof. Topolino. Dat is hier niet ver vandaan.

Het hek is behoorlijk verroest en de struiken zijn een stuk hoger dan in het boek. We gluren door het hek, lopen naar de andere kant van het huis, zoals ook Kuifje omliep naar de achterdeur. Zou dat luik onder de trap, links van Jan Joost, leiden naar de kelder, waar Prof.Topolino op de kolen vastgebonden lag?

Ook hier proberen we passende foto’s te maken van de poppetjes van Frank, maar dat valt niet mee.



We bekijken het huis van alle kanten, voordat we terug gaan naar het motel om ons (gelukkig casual) te kleden voor het diner vanavond, op een bijzondere plek!
Wordt vervolgd …
Foto’s van Berny, Betty, Frank, Jan Joost, Jessy, Leo, Louis, Maarten. Marcel, Ton en Wim.
