Door Jacques Heemskerk, met dank aan Louis Versteeg

In het juni-nummer van Onze Taal staat een bijna 4 pagina’s lang artikel van Tonio van Vugt over “Taalcreativiteit in strips”.
Stripverhalen moeten het niet alleen van beeld hebben, ook de taal speelt een grote rol. Over de nieuwvormingen, klanknabootsingen en andere taalvondsten van stripauteurs en -vertalers”.
Hierin wordt kort verwezen naar de favoriete krachtterm van kapitein Haddock.
Onder het lemma “Persoonlijk idioom” op Wikipedia lezen we verder”
Zeer kenmerkend voor de kapitein is zijn zeer uitgebreide repertoire aan krachttermen en scheldwoorden, een eigenschap die hij deelt met zijn voorvader François Hadoque. De verwensingen die Haddock uit als hij kwaad is hebben te maken met allerhande zaken, zoals wetenschap, geschiedenis en zijn eigen zeemansberoep. Hij kan een hele reeks krachttermen uiten zonder een keer in herhaling te vallen.
Hergé kon zich evenwel niet alle scheldwoorden veroorloven. Zijn strips waren primair bedoeld voor kinderen, ze verschenen in een rooms-katholiek blad en er was een censor. Naar zijn zeggen werd hij voor Haddocks beledigingen geïnspireerd door een verkoopster van sla op een Brusselse markt. Een klant had zijn twijfels geuit over de kwaliteit van de groente, waarop de koopvrouw de klant zou hebben uitgemaakt voor Pacte à Quatre (Traktaat van Vier), doelend op een afspraak uit 1933 van vier westerse landen in de Volkenbond, waarover indertijd de kranten volstonden.[11]
In de pers verschenen in de jaren dertig van de twintigste eeuw meerdere scheldwoorden die doen denken aan die van Haddock. De extreemrechtse Léon Degrelle, voor wie Hergé tekenwerk verrichtte, noemde in pamfletten zijn politieke tegenstanders “menseneter”, “holbewoner met een priesterkleed aan”, “debiele kwezel” en “grienende plunderaar”. Léon Bloy maakte Émile Zola uit voor “idioot uit de Pyreneeën”. Volgens Hergés biograaf Pierre Assouline is de gewoonte om op die manier te schelden van invloed geweest op Hergé.[12]
Het bekendst en in de albums het meest gebruikt is de krachtterm duizend bommen en granaten, die al in 1902 voorkomt in het Woordenboek der Nederlandsche Taal, deel 3.[13] De meest uitgebreide versie is honderdduizend miljard bliksembommen en dondergranaten. Het scheldwoord ellendelaren komt alleen voor in de Kuifje-albums.[14]
11. Pierre Assouline (1996) Hergé. Biografie, p. 166
12. Pierre Assouline (1996) Hergé. Biografie, p. 167
13. Arno Kantelberg (1998) Vloekenboek. Een verzameling hedendaagse verwensingen, p. 64
14. Albert Algoud (1991) Duizend bommen en granaten…!

Lees ook Anakoloet! Invertebraat! Basji-Boezoek! op onze site.

