De avonturen van uw reporter in Brussel en Louvain-La-Neuve (zaterdag)

door Louis Versteeg

door Betty Koppelman

Het is zaterdagochtend 12 oktober 2024 als ik naar Brussel rijd. Naast mij zit mijn partner; hij wil ook wel eens mee met zo’n uitje van het Hergé Genootschap. Aanvankelijk zou Ton Mackaaij van de Jubileumcommissie alleen een bezoek op zondag aan het Hergémuseum in Louvain-La-Neuve organiseren, maar gezien het succes van 27 juli jl. zou er ook een tweede fietstocht gehouden worden, op de zaterdag vóór het museumbezoek, vandaag dus. Nu is mijn metgezel niet van het fietserige soort en ikzelf had in juli al erg mijn best gedaan, dus had ik bedacht deze zaterdag met zijn tweeën op eigen houtje te gaan rondhangen in Brussel en ons later voor de gezelligheid bij de fietsers aan te sluiten, hotelletje en zondag samen naar het Hergémuseum. Helaas bleek op de vergadering van de JC dat er net te weinig aanmeldingen waren voor het fietsplan en werd er besloten dat uit te stellen tot het voorjaar. Ik vertelde van mijn Brusselse plannen voor de zaterdag en het leek de Jubileumcommissie een goed idee om de aangemelde fietsers voor te stellen ook zoiets te doen. Via mails en groepsapp kwamen we uit op zeven personen voor de zaterdag, om 14.30 verzamelen bij het Stripmuseum in de Zandstraat. Peter boekte een hotel voor ons allen, Ton noemde een restaurant voor het diner en voor zondag een ontbijt elders in de stad. Louis zou zondagochtend als achtste in Brussel aanschuiven bij het ontbijt en in Louvain-La-Neuve zouden we nog zes deelnemers treffen. Maar zo ver is het nog niet.

Omdat ik nog een paar plannetjes heb voor in Brussel zijn we op tijd vertrokken en parkeer ik de auto rond 11 uur in het centrum om daar mijn verlanglijstje te gaan afwerken. Ik heb een route uitgestippeld die goed te belopen is: we gaan eerst naar het Comic Figurines museum, voorheen Moof, met de stenen smurf voor de deur. Op weg daar naartoe passeren we de Drug Opera, die ik herken als het restaurant waar we ’s avonds gaan eten en nu hebben we wel behoefte aan koffie en thee. We gaan terrein verkennen. Het ziet er knus en nostalgisch uit.

Een leuk voorproefje. Als we onze consumpties betaald hebben, doe ik mijn stadsrugzakje om en begeven wij ons naar de uitgang. Een ober met twee dampende borden eten komt ons tegemoet en bij de passeermanoeuvre ziet hij mijn rugzak over het hoofd en klettert er een bord tegen de vlakte. Hij kijkt me buitengewoon vuil aan en ik voel me meteen erg  schuldig, al heb ik heus niet doelgericht dat bord uit zijn handen gemept. Hij verdwijnt boos naar de keuken en wij schielijk naar buiten. Ik ben bang dat ik me zal moeten vermommen als ik hier vanavond nog binnen gelaten wil worden…

Bij het beeldjesmuseum is het prettig rustig.

Er is heel veel te zien, ook van allerlei andere strips. Mijn aandacht gaat natuurlijk vooral uit naar Kuifje.

Het is een particuliere verzameling geweest, met beelden van jaren geleden, die maar sporadisch te koop komen.

Deze aardige meneer is bereid met mij op de foto te gaan.

Behalve smurfen, Lucky Luke, Asterix, Suske en Wiske is er een mooie kast van Blake en Mortimer en een plank met de buiten spelende Kwik en Flupke, waar onder meer de serie van de drie stoeptafereeltjes staat, waarvan ik er slechts een heb. Helaas is de kast waarin ze staan dicht. Tergend dat ze zo dichtbij staan en toch zo buiten bereik blijven…

Het wordt drukker, maar wij hebben alles gezien en vervolgen ons programma. Na dit beeldjesmuseum is het maar een heel klein stukje naar de Boutique Tintin.

Ik ga hier voor een mede-HG-lid vragen of men ook dialectversies van de avonturen heeft. Als ik mijn vraag gesteld heb, draait de jongeman achter de toonbank zich om naar de boekenkast achter hem en begint met zijn rug naar me toe in rad Frans een heel verhaal te mompelen. Normaal is mijn gehoor al niet fantastisch, vandaag is uitgerekend een van mijn hulpapparaatjes uitgevallen. Bovendien kan ik aan zijn achterhoofd niet zien hoe hij zijn mond beweegt; is mijn Frans niet van Sorbonne-niveau en praat hij ook wel heel erg zachtjes. Dat hij ondersteunend wat met zijn armen beweegt, helpt ook niet. Als hij uitgelispeld is en zich nu weer zwijgend omdraait, geef ik het op. Ik kan niks met deze gast. Als hij iets voor me gehad had, zou hij het wel gepakt hebben, lijkt me. Dan probeer ik bij het meisje achterin de winkel of ze een uitgestalde sweater ook in mijn maat heeft. Ze trekt een kast open en daar liggen alleen babytruitjes. Helaas. Ik beperk mijn inkopen hier tot een boek en we gaan weer weg. Hoewel het een winkel is met mooi uitgestalde dingen, was dit een beetje een teleurstellend bezoek.

We liggen keurig op schema en met de route op mijn telefoon lopen we trefzeker naar het stripmuseum. We zijn er om 14.10, tijd genoeg om in het sfeervolle restaurant te gaan zitten en wat te drinken.

Om klokslag 14.30 meldt Arjan zich en hij sluit zich bij ons aan. Omdat de overige vier deelnemers nog op zoek zijn naar de parkeergarage bij het hotel en het inchecken daar nogal wat voeten in aarde heeft, hebben wij alle tijd, ook voor de boekwinkel. Hier, hoewel geen dialecten, wel veel meer Kuifjespul dan, zoals we zullen merken, in het hele museum.

Ik herken de raket in de hal van foto’s van eerdere tripjes van het HG naar Brussel. Leuk om hier nu zelf te staan!

Als de laatste vier van ons gezelschap ook zijn gearriveerd, gaan we naar boven en kopen kaartjes voor de tentoonstelling, waarvan we uit de pers al weten dat er eigenlijk heel weinig van Hergé te zien zal zijn, omdat Tintinimaginatio van mening is dat alles van Hergé in het museum in Louvain-la-Neuve thuishoort. Ook al gaan we daar morgen kijken, toch doet het vreemd aan  dat in een tentoonstelling als deze zo weinig van onze invloedrijke tekenaar aanwezig is, afgezien van deze prominente plaats bij de trap.

Het is hier redelijk druk. Hergé wordt genoemd in overzichten en we treffen twee pagina’s uit scepter aan. Peter buigt zich over de vitrine en wijst ons op van alles. Hij is een klare-lijn-kenner. Het is erg leuk om zo met hem mee te kijken en dingen te zien die ons anders niet opgevallen waren.

(Helaas blijken mijn camera en ik in deze situatie niet tot een mooie klare lijn in staat..)

Ook een origineel van Edgar P Jacobs in een vitrine krijgt onze onverdeelde aandacht. Hij heeft immers ook een behoorlijke bijdrage geleverd aan het werk van Hergé. Fenomenaal hoe nauwgezet en met oog voor detail hij sfeer oproept. “Ne pas gommer, s.v.p.” staat er met grote letters boven geschreven, en eronder: “Ne pas retoucher s.v.p.” met nog iets wat we niet kunnen ontcijferen. We zouden het niet in ons hoofd halen.

Peter vraagt zich af wie er eigenlijk een betere tekenaar was, Hergé of Jacobs. Er gaan stemmen op in het voordeel van Jacobs, die hier overigens nog een beetje fysiek vertegenwoordigd wordt door zijn bril en pijp. Die pijp geloof ik wel, maar zijn bril is goed herkenbaar. Later hoor ik van Frank dat hier vroeger de hele werkkamer van Edgar P te zien was. Ook een behoorlijk gemis, in deze tentoonstelling. Ik kom hier voor het eerst, maar de hele bovenste verdieping ziet er duidelijk uit als een rommelzolder die dan ook niet toegankelijk is. Daar is ruimte genoeg voor de werkkamer van Jacobs en er hadden flink wat Hergé-spullen kunnen staan. Ik begrijp dat men Hergé in het Hergémuseum wil tentoonstellen, maar in een overzichtstentoonstelling van de Belgische strips als deze lijkt Hergé me iemand die bij uitstek zichtbaar zou moeten zijn.

Hergé blijft de grote afwezige, hier in het Stripmuseum, maar gelukkig heeft iemand nog een paar Césars van onze helden gemaakt, waar we ons dan maar mee behelpen.

Hierna voegen mijn reisgenoot en ik ons bij Ton in het restaurant, later gevolgd door de rest van ons gezelschap. Er zijn wafels met slagroom en er zijn mooie biertjes en het gesprek gaat natuurlijk over strips.

Na deze aangename sessie vergezelt Ton ons met onze auto naar het hotel, waar we nog moeten inchecken. Het is een mooi en gloednieuw hotel. Het inchecken vergt ook bij ons nogal wat tijd. Van de anderen hadden we gehoord dat het pasje bij de kamerdeur wat apart werkte en dat het wel zoeken was naar het licht, bij het betreden van een stikdonkere kamer. Nadat we naar de 17e etage zijn gezoefd, komen we redelijk vlot binnen in het stikdonker, maar wat meer opvalt is dat het hier bloedheet is, 26 graden. Het pasje zorgt voor de verlichting en we zetten meteen de temperatuur lager. Het is een mooie kamer, maar eerst gaan we eten in de stad. Ik gun me geen tijd me te verkleden; hopelijk is de ober van vanochtend al naar huis en kan ik veilig het restaurant binnen.

Voor ons zevenen reserveren, was niet nodig, had men Ton, onze organisator, verzekerd. We kunnen boven plaats nemen aan twee verschillende tafels die niet aan elkaar grenzen. Kijk, dat vinden we niet gezellig. Er zitten drie meiden tussen de twee lege tafels die ons toegewezen zijn. Ton stapt erop af, zet een charmeoffensief in, moet desondanks praten als Brugman, maar uiteindelijk schuiven de dames toch op en krijgen wij de twee tafels naast elkaar. We installeren ons, niemand herkent mij als de brokkenmaker van vanochtend, ze hebben hier Duvel, kortom ik heb het prima naar mijn zin.

Dat geldt ook voor de heren in mijn gezelschap. Het eten is heel smakelijk en afgezien van de ober die steeds op mijn en Peters schouder komt hangen, bevalt alles prima. Na het eten wandelen we terug naar het hotel, waar we als kinderen onze bevindingen heen en weer appen: op de meeste kamers zijn bolhoeden van de Jansens…

© 2024 resp. Ton Mackaaij, Betty Koppelman en Frank van Schie

Ook inventariseren we de aanwezige boeken en vergelijken de bijzondere schilderijen; verder zie ik in onze kast een gouden appel, Dick een buldog en Ton en Arjan zelfs een gouden smurf!

© 2024 Arjan Stokkel

We appen nog even met Louis, die morgenochtend met ons mee komt ontbijten bij een wafelbakker in de stad. Hij gaat vroeg opstaan.

Foto’s © 2024 Betty Koppelman, tenzij anders vermeld.

Ook leuk voor jou?