door Louis Versteeg
Spa. “Een stad en gemeente in de Belgische provincie Luik en het arrondissement Verviers, aan de rivier de Wayai. De gemeente telt ruim 9.800 inwoners. De thermen van Spa staan sinds 2021 op de UNESCO-Werelderfgoedlijst als onderdeel van de Historische kuuroorden van Europa.” Aldus Wikipedia. Volgens datzelfde Wikipedia is de Peter-de-Grote-bron een van de bezienswaardigheden van de stad. Ja, deze Russische tsaar is ooit (1717) op bezoek geweest bij deze waterbron. Vandaar de naam.

Tegenwoordig is o.a. de Dienst voor Toerisme van Spa in het mooie gebouw gevestigd. Alsmede de “tijdelijke” tentoonstelling van het Imaginair Museum van Kuifje (Le Musée Imaginaire de Tintin). En nu wordt dit droge epistel ineens veel interessanter voor de aandachtige lezer. De meesten van u kennen de geschiedenis van de originele tentoonstelling ongetwijfeld, maar voor de zekerheid nog een kleine intro: “In 1979 werd het vijftigjarig jubileum van de creatie van Kuifje gevierd. Dit jaar werd wereldwijd gevierd met een aantal schitterende evenementen. Zo werd op 28 juni 1979 in het Palais des Beaux-Arts (nu Bozar) in Brussel de tentoonstelling van het Le Musée Imaginaire de Tintin geopend, bedacht en samengesteld door Michel Baudson en Pierre Sterckx. Deze prachtige tentoonstelling toonde verzamelobjecten en originele voorwerpen die Hergé hadden geïnspireerd, of hadden kunnen inspireren, bij het schrijven van de avonturen van Kuifje. Hergé ontwierp zelf de bij deze tentoonstelling gebruikte poster.” Voor zover ik het nu begrijp is de tentoonstelling destijds vormgegeven aan de hand van deze poster. Niet andersom.

Sinds midden vorig jaar is in het brongebouw van Spa een replica van deze tentoonstelling opgezet. “Tussen droom en werkelijkheid nodigt de stad Spa de bezoeker uit om in de poster te stappen en in 3D deze inmiddels mythische objecten te ontdekken die ons de avonturen van Kuifje opnieuw laten beleven” Met deze pakkende slogan probeert de stad veel Hergé- en Kuifjeliefhebbers te enthousiasmeren om de tentoonstelling te bezoeken.

Reden voor het Hergé Genootschap om een bezoek aan deze tentoonstelling onderdeel te maken van een weekendje weg met collegagenoten. Een weekendje dat al voor 2025 gepland stond maar toen niet door kon gaan. Dat jaartje uitstel heeft er wel voor gezorgd dat er nogal wat negatieve uitlatingen zijn gedaan over de bezoekwaardigheid van de tentoonstelling. Kort samengevat zou het niet veel voorstellen en is het eigenlijk het bezoek niet waard.
Ik laat me door deze negatieve geluiden niet weerhouden en op zaterdag 7 maart j.l. stap ik onder een stralend zonnetje op de motor en rijd naar Spa. Vanaf mijn woonplaats Roermond een leuke en niet te lange rit. Bij het brongebouw gearriveerd besluit ik met Hollandse brutaliteit mijn motor gewoon pal voor de ingang op de stoep te parkeren. Laat die gendarmes maar zoeken naar de ruitenwisser om een eventuele bekeuring onder te klemmen.

Ik weet dat ik niet de eerste ben, vader Leo en dochter Jessy lopen al door Spa te struinen. Kort na mijn aankomst komen ze aanlopen bij de ingang. Ook Meine en Jurgen arriveren bijna tegelijkertijd. Uit de auto met Peter, Dick en Steven vernemen we dat deze veel later zullen zijn in verband met reisproblematiek. Dus besluiten we niet op hen te wachten en naar binnen te gaan.

De opzet van de tentoonstelling is marketingtechnisch goed uitgevoerd: nadat we voor de toegang betaald hebben en voordat we de tentoonstellingshal in kunnen moeten we door de bronruimte waar in vitrinekastjes veel Kuifje-beeldjes tentoongesteld staan en ook een heuse Tintin-shop gevestigd is. Alles is te koop, zelfs de zeer dure beeldjes uit het merchandise-assortiment. Naar later blijkt moeten we ook bij het verlaten van de tentoonstelling weer door deze ruimte. Met weer extra koopprikkelingen als gevolg. Later bedacht ik me nog dat deze winkel vóór het betaalde gedeelte van het gebouw ligt, dus Spa heeft tijdelijk een vrij toegankelijke Tintin-shop. Slim. Door Tintinimaginatio bedacht?


Eenmaal binnen in de tentoonstellingsruimte worden we eerst langs hoge wanden geleid die ons scheiden van het imaginair museum. Op deze wanden zijn op een mooie en aantrekkelijke manier erg veel tekstinformatie en afbeeldingen aanbracht over diverse aspecten van het leven van Hergé en de avonturen van Kuifje. Niet alles is nieuw voor ons, daar zijn we natuurlijk al te veel experts voor. Maar toch, er zijn leuke feitjes te vinden en toch weer tekeningen en foto’s die nieuw zijn voor ons. Iedereen neemt de tijd voor het tochtje langs alle informatie en geniet er ook oprecht van.




Na de vierde bocht naar rechts staan we ineens oog in oog met diverse voorwerpen uit Kuifjes verhalen, opgesteld in een langwerpige ruimte, precies zoals ze op de beroemde poster getekend zijn. Wat ons daar ook meteen opvalt, het museum heeft op dat ogenblik wel een heel erg exclusief HG-gehalte: we zijn de enige bezoekers!

Alle vitrinekasten worden uitgebreid bekeken en vaak ontstaat er een levendige conversatie over wat we zien, uit welk avontuur het komt en of ons iets aparts opgevallen is. Zo staat er b.v. een maquette van de Sirius waar we ineens een mini haaienonderzeeër op ontdekken met iemand ernaast die wel erg veel weg heeft van professor Zonnebloem. De vaas uit Lotus wordt onderzocht en uiteindelijk blijkt Kuifje er niet in te zitten, maar wel een tweetal bekende HG-leden. Rascar Capac zit er erg mooi eng te zijn. De luipaard-man is gewoon machtig en groot. En ga zo maar door. Ook ontdekken we dat er vier objecten ontbreken die wel op de poster staan. De graftombe uit Sigaren, de ultrasone zender uit Juwelen, de sabel van Rackham en een schatkist (Schat?). De afbeeldingen op de zijwanden en de achterwand en de spiegels in de achterwand maken het geheel af.






Als we alles tot in detail bekeken en besproken hebben verlaten we de tentoonstellingsruimte. In de bronruimte stuiten we meteen op de volgende HG-groep; Peter, Dick en Steven zijn gearriveerd en staan op het punt naar binnen te gaan, in een nog steeds HG-exclusieve tentoonstellingsruimte. Sommigen van ons laten nog wat geld achter in de Tintin-shop. Altijd moeilijk om daar doorheen te lopen zonder iets te kopen. Tot slot drinken we nog even een drankje op een terras “om de hoek”.

Op de motor ga ik weer terug richting Limburg, het weer is nog steeds heerlijk. Morgen wordt het ook zulk weer, dus ik besluit nu al om morgen ook per motor naar Brussel te rijden. Zondag gaan we daar een speurtocht doen in het Museum voor Kunst en Geschiedenis. Helaas heeft de hardnekkige mist zondagochtend dit voornemen teniet gedaan, het is toch de auto geworden. Motoren hebben geen mistachterlicht. En dat vond ik te gevaarlijk.
’s Avonds laat ik de dag nog eens de revue passeren. Is het nou echt geen bezoek waardig? Helemaal oneens! We hebben ons zo’n 2 uur kostelijk geamuseerd in de tentoonstelling. De groep “laatkomers” deelde deze mening. Het is echt interessant, met zoals al geschreven toch weer nieuwtjes. Natuurlijk is het museum in Brussel van een hele andere orde, maar die vergelijking mag ook niet gemaakt worden. Spa is voor velen van jullie misschien niet echt een apart ritje waard, maar in een combinatie zeker wel. De tentoonstelling bezoeken kan voorlopig nog goed, ik meen ergens gelezen te hebben dat deze pas midden 2027 gesloten wordt.

En de bron? In het gebouw staat een mooi vormgegeven tappunt in de vorm van een fontein. Maar die werkte niet. Toen ik het bordje met de verontschuldigingen las vroeg ik mij af waar dat water nu bleef. Want ik kan me niet voorstellen dat de bron opgedroogd is.

Foto’s van Jessy, Jurgen, Peter en mijzelf, tenzij anders vermeld.
