De reis naar Zwitserland 2025 – Deel 4, slot

door Louis Versteeg

door Betty Koppelman

Woensdagavond 8 oktober

Na ons bezoek aan Nyon gaan we ’s avonds naar Gland, pal aan met Meer van Genève, naar Hotel De la Plage. Hier kwamen Hergé en Germaine spontaan voor het eerst terecht in juni 1947 en ook daarna kwamen zij hier graag.

Deze foto aan de muur van de serre is van een ansichtkaart uit plm. 1950. Kees heeft op deze voor Hergé-fans bijzondere plek geboekt en daarbij Jean Rime (39) als onze gast uitgenodigd. Deze Zwitser is voorzitter van Association Alpart, de Zwitserse tegenhanger van ons Hergé Genootschap en is, na het recente overlijden van Philippe Goddin, ook tot voorzitter gekozen van Les Amis de Hergé, onze Belgische zustervereniging. Jean Rime nam de uitnodiging voor vanavond graag aan en voegt zich iets later bij ons, als wij ons aperitief drinken, daar waar wij Hergés aanwezigheid zo duidelijk voelen: op het terras aan het meer.

Het prieeltje oefent een speciale aantrekkingskracht uit.

Eerst, als wij nog onder elkaar zijn, houdt Kees voor ons een kort praatje, waarna Maarten hem als dank voor zijn nauwgezette organisatie hier in Zwitserland een cadeau overhandigt, een unieke gadget: de paraplu van Zonnebloem! Deze paraplu, een rode draad in het verhaal, is compleet met afschroefbaar handvat. In het handvat geen microfilm, maar een strookje papier met de namen van alle deelnemers aan deze reis. De plu is heel knap gemaakt, Maarten heeft met een fijn oog voor detail het ding zelf van een schroefdraad voorzien en ook het label van het loket van de gevonden voorwerpen ontbreekt niet. Een prachtig cadeau, waarvan er maar één op de wereld is.

Na deze ceremonie arriveert onze gast Jean Rime die ook een korte speech houdt, waarin hij zelfs een woordje in het Nederlands tot ons richt: “Ggenotsggap. Hij is een aardige jongeman die ik vorig jaar in Nivelles al ontmoet heb, op de ledendag van Les Amis

Kees organiseert de tafelschikking zo, dat onze eregast tussen hem en mij terecht komt en we babbelen met de buren aan tafel heel gezellig half Frans en half Engels. De specialiteit van dit hotel-restaurant is Filets de Perches, (baarsfilet) en ook de saus is smakelijk. Het is een populair gerecht rond het Meer ven Genève. Kees zorgt weer voor een mooie lokale witte wijn, deze keer Chasselas, Chateau St. Vincent, (2km van Gland).

Tijdens de maaltijd krijgt Frank een originele inval over de mogelijke voortzetting van het TI-imperium, waarbij hij een mooie rol ziet weggelegd voor Jessy. Zij reageert echter geschokt en bedankt meteen voor de eer; begrijpelijk, maar wel jammer, want het was beslist creatief bedacht… De dessertkaart is eenzelfde als die we gisteren hadden bij onze overburen en daar kunnen we wel wat mee.

Na een zeer geanimeerde avond in de voelbare nabijheid van Hergé op deze prachtige plek rijden we terug naar het motel.

Donderdag 9 oktober

Op onze laatste dag als HG-toerist in Zwitserland gaan we na het Coöp-ontbijt weer naar Genève; ook nu rijden wij met Frenk en Wem mee. Allereerst gaan we op zoek naar de Bordurische Ambassade, althans naar twee gebouwen die mogelijk model gestaan hebben voor deze niet bestaande diplomatieke post. Allereerst lukt het ons elkaar te treffen bij het Chateau Du Reposoir, dankzij Franks bijtijds op de rem trappen en als de bliksem het opritje oprijden bij de andere auto’s die er al staan.

Er is een hek dat waarachtig open gaat. We gluren door het gat in de heg, en inderdaad, zo uit de verte lijkt het wel wat op de Ambassade van Bordurië.

In dit Chateau heeft de Belgische koning Leopold III gewoond van 1945-1951. Hergé en Germaine hebben bij hun tweede (korte) bezoek aan Gland, in september 1947, een exemplaar van Lotus hier afgegeven maar werden niet door de koning ontvangen. (bron: Levenslijnen, Ph. Goddin).

Het tweede gebouw dat mogelijk model stond voor de Ambassade is de Hotelschool, met het Restaurant Vieux Boix, (genoemd naar de titel van een strip van Rodolphe Töpffer, die we straks trouwens ook nog met een bezoekje gaan vereren). Helaas loopt ons groepje dit gebouw mis. Wat is het geval? Wij menen de routebeschrijving te volgen, maar komen terecht op de zwaar beveiligde oprit van het VN-terrein. De nodige geüniformeerde kleerkasten staan al gretig klaar om ons ingrijpend te gaan fouilleren. Ik zie de hele situatie al voor me: “De Ambassade van Bordurië? Nooit van gehoord. Waar ligt Bordurië?! Aangesloten bij de VN?” Ga er maar aanstaan. Straks draaien wij, net als Zonnebloem zelf, nog de bak in (Bakhine). Gelukkig blijft deze behandeling ons bespaard, dankzij Franks kordate ruk aan het stuur van zijn auto waardoor we ter plaatse omkeren en maken dat we hier wegkomen. Op het nippertje zijn wij ontsnapt aan het ongetwijfeld niet te onderschatten oponthoud bij de VN. Want leg maar eens even in het Frans aan zo’n brave VN-er uit dat we met zijn zestienen vanuit het verre Nederland op zoek zijn naar een niet-bestaand gebouw, onze zoektocht gebaseerd op een enkel plaatje uit een stripverhaal van zo’n 70 jaar geleden. Dat valt niet mee!

Later horen wij van een ander groepje van ons gezelschap een sterk vergelijkbaar verhaal. Goed, wij hebben dus de hotelschool helaas gemist, behalve een heel klein glimpje dat we voorbij zagen flitsen toen we net bij de VN de hoek om waren en nogal haast hadden om daar weg te komen.

Klik op deze link om een bijbehorende afbeelding te bekijken.

Wij kwamen inderdaad ook in de buurt, alleen overdag in een auto in plaats van ’s nachts in een roeibootje met een flitspuit, maar wij zagen wat minder dan Kuifje en de kapitein. Gelukkig heb ik een foto van een ander groepje dat de Hotelschool wèl gevonden had, maar zij hadden dan ook Kees aan boord. Dat helpt. Dit gebouw vind ik er zeker op lijken.

De volgende stop in Genève is een intrigerende parkeergarage, niet dat het daarom gaat, maar het is leuk meegenomen.

Waar het wel om gaat, is het beeld van de hierboven al genoemde Rodolphe Töpffer, de geestelijke vader van Meester Prikkebeen, een van de eerste stripverhalen, destijds voor Nederland bewerkt door J.J.A Gouverneur.

Na Töpffer gaan we, bij gebrek aan meer Hergé-verwante zaken, andere toeristische dingen bekijken. Allereerst de oude stadsmuur van Genève, waar in 1909 de ”Mur des Réformateurs” is ingewijd, deels ter herdenking van de 400ste geboortedag van Joh. Calvijn en deels vanwege de 350ste verjaardag van de Universiteit van Genève.

Calvijn is de tweede van links, prominent op deze honderd meter lange muur. Tot onze verrassing zien we hier ook een stuk Middelnederlandse tekst, over Willem van Oranje, alias de Zwijger, (Guillaume le Taciturne, lees ik op de muur). Hij krijgt een eervolle vermelding op deze reformatiemuur, omdat hij in de Tachtigjarige Oorlog als protestant zich verzette tegen de katholieke Spanjaard Filips II.

Na deze interessante stop splitsen we op; met 7 mensen gaan we lekker op een terras zitten om iets te eten en op ons gemak in de buurt van het oude centrum wat te gaan rondkijken. Jessy heeft haar huiswerk gedaan en oppert onder meer de kathedraal St.Pierre te gaan bekijken. Onderweg wijst Hugo op een onbekende, passerende jonge vrouw die een echte Kuifje-tas over de schouder draagt. Kijk, dat past goed in ons (Zwitserse) Kuifje-uitje!

In de kathedraal ziet Kees er niet tegenop het koord te negeren dat mensen ervan moet weerhouden plaats te nemen op de Stoel van Calvijn. Dat koord werkt dus niet voor iedereen, dat moge duidelijk zijn.

Na deze gezellige en interessante uitstap verzamelen we weer bij de ingang van de parkeergarage.

We wachten hier geduldig op de laatsten uit ons gezelschap en uiteindelijk zijn wij weer voltallig. Aan het eind van de middag worden we namelijk verwacht bij de brandweerkazerne van Nyon, om de mooie oude brandweerauto van blz 27 in het echt te aanschouwen.

Ook nu duurt het even voor iedereen de juiste locatie gevonden heeft. Er is soms iets mis met de routelinkjes die we via de groepsapp doorgestuurd krijgen. Met smart wordt er op ons gewacht en twee aardige brandweerlieden (een hij en een zij) leiden ons welwillend rond. De auto waar het ons om gaat, staat prominent voor ons klaar. We lopen eromheen, maken foto’s, mogen er zelfs voorzichtig in zitten! De brandweerlieden tonen ons hoe het zit, met deze auto en Kuifje, en op welke bladzijde in De Zaak Zonnebloem deze auto voorkomt.

Dan mogen we mee naar boven, waar behalve allerlei bezienswaardige brandweerattributen een vitrinekast is ingericht met Kuifje, de boeken van De zaak Zonnebloem in allerlei talen en zo nog meer leuks. Aan de muur de cover van het album; in het keukentje de brede poster van de wenskaart, zo een waarmee Jan M. bij een vorig uitje door Brussel gesjouwd heeft. Dit is echt de moeite waard! Er hangen zelfs afbeeldingen van schetsen van De zaak.

Kees ontdekt dat in de kast de Nederlandse versie van De Zaak Zbl ontbreekt, en laat hij die nou bij zich hebben! Hij overhandigt het album, dat direct dankbaar in de kast erbij gezet wordt.

Dan toveren de brandweerlieden een souvenir tevoorschijn: wij kunnen glaasjes kopen waar de brandweerauto van ons avontuur opstaat. Ton is natuurlijk charmant tegen de brandweervrouw, want hij wil met haar op de foto.

Ter plaatse ontwikkelt zich nog een discussie over de kleding in het album, of die wel consequent is getekend. Er ontstaat een discussie die zich later in Nederland voortzet via de app-groep. Daarna tekenen wij het gastenboek en voldaan reizen we terug naar ons motel. Dit was een erg leuk bezoek!

Het is al weer onze laatste avond hier! We zitten op onze terrasjes en gaan gezellig bij elkaar buurten.

Kees gaat aan de overkant afrekenen en wij allen vatten dit op als een signaal om daar gezamenlijk wat te gaan drinken.

Net als onze eerste avond hier verschijnen er bij de borrel als snack weer van die vage oliebollen op tafel. Te oordelen naar de reacties uit onze groep slechts welkom voor wie echt honger heeft, maar vooruit, een gegeven paard…

Morgenochtend is het feest afgelopen en zullen wij weer ieder ons weegs gaan, maar na ons drankje hier reizen we voor ons laatste gezamenlijke diner naar een plaatsje in de buurt, waar Kees voor ons geregeld heeft dat we kaasfondue gaan eten. Enkelen van ons hebben hooggespannen verwachtingen van wat er gaat gebeuren wanneer wij ons stukje brood in de fondue laten vallen.

Klik op deze link om een bijbehorende afbeelding te bekijken.

De decadente fantasietjes lopen op van zweepslagen tot aan het meer in gegooid worden. En ik maar denken dat ik met het Hergé Genootschap op reis was. Ik ga er maar vanuit dat deze genoegens zijn voorbehouden aan lieden die te veel Asterix in Helvetië gelezen hebben.

Na ons drankje “aan de overkant” stappen we in de auto’s en rijden in de inmiddels ingevallen duisternis naar het opgegeven adres voor de kaasfondue. Wij mogen nog een keer met Frenk en Wem mee en navigeren derwaarts, via de route die middels de app aan ons is doorgegeven. Op het genoemde adres aangekomen zien wij weinig licht, geen levendig restaurant en helemaal geen auto’s van onze reisgenoten. Enig telefonisch contact met de anderen leert ons dat de straatnaam wel klopt, maar niet de plaatsnaam. Geloei en hilariteit in de auto. Frank rijdt ons dan naar het bedoelde plaatsje, een ander al half ingeslapen dorp. We speuren naar straatnamen en zien op de hoek van een donkere, stille straat een man met een pet staan, die wat dromerig om zich heen kijkt. De sfeer en de man doen me denken aan Leonard Cohen.

Klik op deze link om een bijbehorende afbeelding te bekijken.

Als we deze straat voorbijgereden zijn, realiseren wij ons dat het niet deze singer / songwriter geweest is, maar onze eigen Jan Joost, die als we omkijken, nu de straat in wijst die we inmiddels voorbij zijn. De hilariteit in de auto bereikt grote hoogten.

Uiteindelijk na enkele blokjes omgereden te zijn, arriveren we bij onze vrienden, die zojuist ontdekt hebben dat de zaak waar Kees voor ons de kaasfondue gereserveerd had, gesloten is. Het is inmiddels acht uur en stikdonker en dit dorp is in diepe rust. Bij mij overheerst de slappe lach, maar een enkeling voorziet zorgelijk straks met knorrende maag naar bed te moeten. Hadden we nou “aan de overkant” maar wat meer van die vage oliebollen gegeten… Misschien is het wel te “Asterix” om hier als HG in Zwitserland kaasfondue te willen eten en gaat het daarom niet door…

Maar goed, daar staan we dan, met 16 man. We rijden terug naar het motel, waar men “aan de overkant” verbijsterend flexibel een tafel voor 16 personen voor ons uit de grond stampt. Het is als thuiskomen. Het eten en de bediening zijn hier net als eergisteren, weer prima.

Het wordt een zeer geanimeerde, geslaagde laatste avond, weliswaar zonder kaasfondue, maar met heel veel plezier, speeches met een dankwoord aan Kees en Ton en… met afscheid nemen. Hanneke verwoordt hoe zij als betrekkelijke buitenstaander een fantastische week gehad heeft, niet in de laatste plaats door het enorme plezier en de sfeer in deze geweldige groep! Hear hear!

Vrijdag 10 oktober

De volgende ochtend gaan we bijtijds, allemaal een beetje bedrukt, hier weg. Partir c’est mourir un peu…

Als Louis en wij de prachtige route door de Franse Jura rijden, zegt Louis na een poos: “Hé, daar rijdt Ton!”, en waarachtig. We zwaaien bij het passeren en na een appje zitten we samen met hem en Marcel gezellig aan het ontbijt. Het is duidelijk dat wij elkaar maar moeilijk kunnen missen, maar dat hoeft dus ook niet.

Omdat de kaasfondue niet doorgegaan is, heeft Marcel voorgesteld om een reünie te houden bij Klein Zwitserland, in Driebergen, NL, waar immers dit gerecht ook op de kaart staat. Dat is een erg goed idee! Er is alleen geen groot meer in de buurt, bij mijn weten, maar daar kunnen de meesten van ons niet mee zitten. Marcel en Ton zijn inmiddels ter plaatse al gaan proefeten.

Regelmatig lees ik in de groepsappjes terug wat ook bij mij leeft: we genieten nog steeds bijzonder na van deze fantastische reis en wat hebben we vreselijk veel plezier gehad! Kees en Ton ontzettend bedankt voor de organisatie, Maarten voor de plu en pleisters, alle reisgenoten voor de gezelligheid en al het plezier en we zien elkaar gelukkig eind januari terug, voor de reünie met de kaasfondue in Klein Zwitserland!


Foto’s van Berny, Betty, Frank, Jan Joost, Jessy, Leo, Louis, Maarten, Marcel, Ton en Wim.

Ook leuk voor jou?